Sinds 1 juni 2010 is een nieuwe Groepsvrijstellingsverordening verticale overeenkomsten (Vo 330/2010) van kracht.

Verticale overeenkomsten (overeenkomsten gesloten tussen leveranciers en afnemers), die de mededinging beperken, zijn verboden. Op grond van de Groepsvrijstellingsverordening geldt dit verbod voor verticale overeenkomsten niet, indien het marktaandeel van alle betrokken partijen lager is dan 30%, tenzij de overeenkomst bepaalde verboden restricties (de zg. ‘hardcore’ restricties) en voorwaarden bevat.

Hardcore restricties

Een belangrijke hardcore restrictie is dat leveranciers geen vaste – of minimumprijs mogen opleggen aan de afnemers. Het noemen van maximum- of adviesprijzen is wel toegestaan zolang deze niet bindend worden opgelegd.

Verder is het niet toegestaan beperkingen ten aanzien passieve verkoop op te leggen. Het moet een afnemer vrijstaan een product aan te schaffen bij een andere distributeur dan binnen wiens “territorium” hij valt.

Ten aanzien van een non-concurrentiebeding geldt, dat dit op grond van de Groepsvrijstelling slechts is vrijgesteld voor een maximale periode van vijf jaar. Na afloop van deze periode kan het beding weliswaar worden verlengd; dit dient echter expliciet te geschieden, een stilzwijgende verlenging is niet toegestaan.

Internetverkoop

Ten aanzien van verkoop via internet is een aantal speciale regels geformuleerd.

Indien een verticale overeenkomst één of meer van de ‘hardcore’ restricties bevat, dan valt de hele overeenkomst buiten de Groepsvrijstellingsverordening verticale overeenkomsten.