WAT ZEGT HET ‘PRONUPTIA’ ARREST?

Een belangrijk arrest van het Europese Hof van Justitie op het gebied van het mededingingsrecht is het ‘Pronuptia’ arrest. Hierin is de algemene regel geformuleerd, dat: (bepalingen in) franchiseovereenkomsten niet in strijd zijn met het kartelverbod, indien deze noodzakelijk zijn ter bescherming van de knowhow van de franchisegever en/of de identiteit en reputatie van het franchisenetwerk. De bepalingen mogen echter niet verder gaan dan strikt noodzakelijk gelet op die te beschermen belangen. Deze algemene regel is uitgewerkt in de Groepsvrijstelling van de Europese Commissie en de wettelijke uitzondering van artikel 6 Mw.

WAT IS EEN FRANCHISEOVEREENKOMST?

Een franchiseovereenkomst is een verticale overeenkomst en geen wettelijk geregelde vorm van overeenkomst in Nederland. Een franchiseovereenkomst is onder andere gebonden aan de regels van het Nederlandse en Europese mededingingsrecht. De mededingingsrechtelijke regels worden wel soepeler toegepast op franchiseovereenkomsten dan op distributieovereenkomsten in algemene zin.

Afnamebeding en concurrentiebeding

De meeste franchiseovereenkomsten bevatten een afnamebeding en een concurrentiebeding. Maar dergelijke bedingen kunnen nog altijd in strijd zijn met de Mededingingswet en derhalve nietig. In met name civiele procedures kan door beide partijen een beroep op de nietigheid van een (bepaling in een) franchiseovereenkomst worden gedaan.

KAN EEN FRANCHISEOVEREENKOMST ONDER HET KARTELVERBOD VALLEN?

Ja, franchiseovereenkomsten kunnen onder de reikwijdte van het kartelverbod vallen.

Het kartelverbod verbiedt afspraken of contacten tussen ondernemingen die de concurrentie merkbaar kunnen beperken. Dat er in geval van een franchiseovereenkomst sprake is van een bijzondere verhouding tussen die ondernemingen doet daar in beginsel niet aan af. Wanneer een franchisegever bijvoorbeeld de te hanteren prijzen voor zijn producten aan zijn franchisenemers oplegt kan dit dus een verboden gedraging opleveren.

Als er sprake is van afspraken in strijd met het mededingingsrecht kan zowel de overeenkomst, of een bepaalde clausule van de overeenkomst, ongeldig worden verklaard. Vaak gebeurt dit als gevolg van een onderzoek van een mededingingsautoriteit zoals ACM of de Europese Commissie. Dit hoeft echter niet het geval te zijn – ook franchisegever, franchisenemer of een derde partij kunnen zich beroepen op de nietigheid van een contract dat in strijd is met het mededingingsrecht.

Uitzonderingen

Uit Europese rechtspraak blijkt dat afspraken in een franchiseovereenkomst niet worden geacht de mededinging te beperken wanneer deze dienen ter bescherming van de knowhow van de franchisegever en van de identiteit en reputatie van de franchiseformule (Pronuptia-uitspraak).

Vrijstelling kartelverbod

Voor franchiseovereenkomsten geldt daarnaast ook een generieke groepsvrijstelling van het kartelverbod. Hierin staat dat een franchisegever en een franchisenemer mededingingsbeperkende afspraken mogen maken als:

  1. het marktaandeel op de relevante markt van zowel de franchisegever als de franchisenemer niet meer dan 30% bedraagt én
  2. het geen harde kernbepalingen zijn.

Voorbeelden van kernbepalingen zijn vaste of minimum verkoopprijzen of een algeheel verbod te verkopen in een rayon van een andere franchisenemer.