De hoofdregel is dat een leverancier een distributeur geen vaste- of minimumwederverkoopprijzen mag opleggen. Ook is het (mede) bepalen of ‘sturen’ van de wederverkoopprijs verboden (bijv. door te dreigen niet meer te zullen leveren als er onder een bepaalde prijs verkocht wordt op de markt). Denk ook aan het vaststellen van de hoogte van de marges of kortingen.

Het is volledig aan de wederverkoper zelf om zijn eigen (minimum) wederverkoopprijzen (incluis marges en kortingen) te bepalen. Hij mag ook zelf beslissen welke producten hij wel of niet ‘in de uitverkoop’ doet en tegen welke prijs en korting. Indien een leverancier de wederverkoopprijs bepaalt of op enigerlei wijze ‘afdwingt’ (door te dreigen met sancties zoals leveringsweigering) wordt dit gezien als verticale prijsbinding. Dit is strikt verboden.

Op deze hoofdregel zijn een aantal uitzonderingen van toepassing.

  • In het geval van een tijdelijke reclameactie kan een vaste- of minimum wederverkoopprijs worden bepaald voor een beperkt gedeelte van het assortiment. Een dergelijke reclameactie kan opgezet worden om bijvoorbeeld het nieuwe product te introduceren op de markt (wordt veelal in franchiseovereenkomsten gebruikt).
  • Indien (en zolang) de bagatelvrijstelling van toepassing is, is een vaste of minimumwederverkoopprijs toegestaan.
  • Ook mag een vaste- of minimumprijs worden opgelegd als kan worden aangetoond door de betrokken ondernemingen dat een vaste of minimumwederverkoopprijs noodzakelijk is om de productie of distributie te verbeteren, of wanneer hierdoor de technologische of economische ontwikkeling wordt bevorderd (“efficiency verbeteringen”), welke verbetering en ontwikkeling ten bate komt van de gebruikers en er voldoende restconcurrentie overblijft op de markt.

Ook mag een leverancier maximale wederverkoopprijzen vaststellen voor zijn distributeur. Belangrijk daarbij is dat deze maximale wederverkoopprijs niet mag leiden tot een “vaste” prijs. Uiteindelijk moet het de distributeur vrij staan om onder deze prijs te verkopen.

Veel meer gebruikelijk is dat een leverancier een “adviesprijs” afgeeft, waarmee de distributeur geholpen kan zijn. Dit advies hoeft niet door de afnemer te worden opgevolgd. De afnemer moet de vrijheid hebben om een eigen prijsbeleid te voeren. De adviesprijzen mogen dus niet resulteren in vaste verkoopprijzen. Zo mogen er (bijvoorbeeld) geen bonussen uitgekeerd aan de afnemer indien hij zich aan de adviesprijs zal houden.

Het is zaak clausules in distributieovereenkomsten over wederverkoopprijzen zorgvuldig te formuleren en terughoudendheid te betrachten bij handelingen die zouden kunnen leiden tot beïnvloeding van de door afnemers gehanteerde verkoopprijzen. Indien het prijsbeleid een wezenlijk onderdeel van de overeenkomst vormt, kan een nietig (prijs)beding zelfs tot de nietigheid van de hele overeenkomst leiden.

Last Updated On juni 25, 2019