Ja, franchiseovereenkomsten kunnen onder de reikwijdte van het kartelverbod vallen.

Het kartelverbod verbiedt afspraken of contacten tussen ondernemingen die de concurrentie merkbaar kunnen beperken. Dat er in geval van een franchiseovereenkomst sprake is van een bijzondere verhouding tussen die ondernemingen doet daar in beginsel niet aan af. Wanneer een franchisegever bijvoorbeeld de te hanteren prijzen voor zijn producten aan zijn franchisenemers oplegt kan dit dus een verboden gedraging opleveren.

Als er sprake is van afspraken in strijd met het mededingingsrecht kan zowel de overeenkomst, of een bepaalde clausule van de overeenkomst, ongeldig worden verklaard. Vaak gebeurt dit als gevolg van een onderzoek van een mededingingsautoriteit zoals ACM of de Europese Commissie. Dit hoeft echter niet het geval te zijn – ook franchisegever, franchisenemer of een derde partij kunnen zich beroepen op de nietigheid van een contract dat in strijd is met het mededingingsrecht.

Uitzonderingen

Uit Europese rechtspraak blijkt dat afspraken in een franchiseovereenkomst niet worden geacht de mededinging te beperken wanneer deze dienen ter bescherming van de knowhow van de franchisegever en van de identiteit en reputatie van de franchiseformule (Pronuptia-uitspraak).

Vrijstelling kartelverbod

Voor franchiseovereenkomsten geldt daarnaast ook een generieke groepsvrijstelling van het kartelverbod. Hierin staat dat een franchisegever en een franchisenemer mededingingsbeperkende afspraken mogen maken als:

  1. het marktaandeel op de relevante markt van zowel de franchisegever als de franchisenemer niet meer dan 30% bedraagt én
  2. het geen harde kernbepalingen zijn.

Voorbeelden van kernbepalingen zijn vaste of minimum verkoopprijzen of een algeheel verbod te verkopen in een rayon van een andere franchisenemer.

Last Updated On september 04, 2019
Tags: