WAT BEPAALT DE WET MARKTORDENING GEZONDHEIDSZORG?

De Wet marktordening gezondheidszorg (Wmg)moet zorgen voor meer gereguleerde marktwerking in de zorg. De Wmg moet zorgen voor een doelmatig en doeltreffend zorgstelsel en beheersing van zorgkosten. Ook moet de wet de positie van de consument beschermen en bevorderen.

Toezicht op zorgmarkt
De Wmg omvat ook een regeling over het toezicht op de zorgmarkten. De Nederlandse Zorgautoriteit (NZa) heeft de taak toezicht te houden op de markten voor zorg. De taken en bevoegdheden van de NZa staan in de Wmg. Zo kan de NZa beleidsregels uitvaardigen, zoals het vaststellen van de tarieven voor logopedie.

In artikel 1, onderdeel b, van de Wmg is bepaald welke zorgaanbieders onder de wet vallen. Dit is in ieder geval de zorg of dienst als omschreven bij of krachtens de Zorgverzekeringswet (“Zvw”) en de Wet langdurige zorg (“Wlz”). Daarnaast gaat het om handelingen op het gebied van de gezondheidszorg als bedoeld in artikel 1, eerste lid, van de Wet op de beroepen in de individuele gezondheidszorg (Wet BIG), voor zover uitgevoerd, al dan niet onder eigen verantwoordelijkheid, door personen, ingeschreven in een register als bedoeld in artikel 3 van de Wet BIG of door personen als bedoeld in artikel 34 van de Wet BIG. Ook kan het begrip zorg worden uitgebreid bij Algemene Maatregel van Bestuur.

HOE TOETST ACM ZIEKENHUISFUSIES?

Bij de toetsing van een ziekenhuisfusie moet ACM de vraag beantwoorden of er na de fusie voldoende keuze en concurrentie overblijft.

Voldoende concurrentie zorgt immers voor een prikkel om op kwaliteit en prijs te concurreren. Als er onvoldoende concurrentie overblijft, zal ACM de fusie verbieden. Alleen als er sprake is van een echte kwaliteitsverbetering van de zorg kan dat een reden zijn om de fusie, ondanks het gebrek aan concurrentie, toch door te laten gaan. Het initiatief en de bewijslast hiervoor ligt bij de ziekenhuizen. De verwachte kwaliteitsverbeteringen moet dan opwegen tegen het nadeel van hogere prijzen of verminderde toegankelijkheid.

Bron: ACM

WELKE TOETS DIENT EEN ZORGAANBIEDER UIT TE VOEREN OM TE KUNNEN BEOORDELEN OF EEN SAMENWERKING MET EEN ANDERE ZORGAANBIEDER-CONCURRENT IS TOEGESTAAN?

Een voortdurende self assessment staat voorop, de voordelen, die ten goede moeten komen
aan de patiënten en de verzekerden, moeten te allen tijde opwegen tegen de nadelen bijvoorbeeld in de vorm van beperking van de mededinging. Die nadelen moeten volstrekt onmisbaar zijn, er moet voldoende restconcurrentie overblijven. Hierbij kan gekeken worden naar een aantoonbare kwaliteits- en efficiëntieverbetering, innovatie, betere coördinatie, lagere sterftecijfers, waarbij de bereikbaarheid en de betaalbaarheid voor de patiënt en de verzekerde niet in het geding komen.