Bij selectieve distributie selecteert de producent of leverancier zijn distributeurs (wederverkopers). Een veelgebruikte strategie bij bijvoorbeeld merkproducten. Maar er kleven mededingingsrechtelijke aspecten aan selectieve distributie.

Kwalitatieve criteria

Kwalitatieve criteria die een producent kan hanteren bij de selectie van distributeurs zijn bijvoorbeeld reputatie, assortiment of kwaliteit van het personeel en de service. Zo zorgt de producent ervoor dat de distributeurs van zijn producten of diensten aan een bepaalde kwaliteitsstandaard voldoen.

Door kwalitatieve eisen te stellen aan distributeurs, probeert de producent (merkhouder) het imago van zijn producten te beschermen. Selectieve distributie is dan ook bij uitstek geschikt voor merkproducten.

Kwantitatieve criteria

Naast kwalitatieve criteria, kunnen er ook kwantitatieve selectiecriteria gelden. Hierbij gaat het meestal over de spreiding van distributeurs over de markt. De producent beoogt hiermee de mogelijke omzet te verdelen, zodat het voor distributeurs interessant is om aan de kwalitatieve criteria te voldoen.

Niet doorverkopen

Een ander kenmerk van selectieve distributie is dat de geselecteerde distributeurs de producten en diensten niet mogen verkopen aan niet-geselecteerde distributeurs. Zo zorgt de producent (leverancier) er voor dat zijn product of dienst alleen in door hem geselecteerde schappen komt te liggen.

Mededingingsrecht

Het mededingingsrecht gaat ervan uit dat ondernemers met elkaar concurreren en beperkt dus de commerciële vrijheid van partijen bij het maken van afspraken over selectieve distributie. Als uitgangpunt geldt immers dat een producent zijn distributeurs niet mag belemmeren. Maar sommige belemmeringen hebben soms ook duidelijke voordelen en zijn dan wel toegestaan.

Groepsvrijstelling verticale samenwerking

De mededingingsrechtelijke beoordeling van een selectief distributiestelsel kan lastig zijn. Een belangrijk hulpmiddel bij die beoordeling is de Groepsvrijstelling verticale samenwerking met bijbehorende Richtsnoeren. In beide documenten wordt uitgelegd welke afspraken in beginsel wel of niet zijn toegestaan.

Als onderneming bent u zelf verantwoordelijk voor de gemaakte afspraken met uw distributeurs. U moet zelf toetsen of de afspraken met uw distributeurs passen binnen de mededingingsregels.