De Mededingingswet verbiedt afspraken tussen ondernemingen die tot doel of gevolg hebben dat de mededinging op (een deel van) de Nederlandse markt wordt beperkt. Artikel 7 van de Mededingingswet bevat de bagatelvrijstelling. 

Met de bagatelvrijstelling zijn bepaalde mededingingsbeperkende afspraken tussen ondernemingen met een relatief kleine omzet en/of een relatief klein gezamenlijk marktaandeel uitgezonderd van het kartelverbod. De voorwaarde is dat de afspraken tussen ondernemingen de handel tussen de lidstaten van de Europese Unie niet potentieel ongunstig beïnvloeden.

Regelingen bagatelvrijstelling

De bagatelvrijstelling bevat twee regelingen:

  1. Vrijstelling geldt als bij een mededingingsbeperkende afspraak niet meer dan acht ondernemingen betrokken zijn en de gezamenlijke omzet van deze ondernemingen in het voorafgaande kalenderjaar niet hoger is dan € 5.500.000 (als uitsluitend ondernemingen betrokken zijn wier activiteiten zich in hoofdzaak richten op het leveren van goederen) of € 1.100.000 (in alle andere gevallen);
  2. Vrijstelling geldt voor afspraken tussen (potentiële) concurrenten op een of meer relevante markten, als het gezamenlijk marktaandeel van bij de afspraak betrokken ondernemingen op geen van de relevante markten waarop de afspraak van invloed is, groter is dan 10%. Deze vrijstelling geldt alleen als de afspraak de handel tussen EU-lidstaten niet op merkbare wijze kan beïnvloeden.

De beide regelingen gelden ook voor mededingingsbeperkende besluiten van ondernemersverenigingen, maar dan moet gekeken worden naar het aantal, de omzet en marktaandeel van de bij de vereniging aangesloten ondernemingen.